De liefste baby van de wereld
Jezus was de liefste baby van de wereld. Door het jaar heen dachten wij niet veel aan hem, maar zodra Sinterklaas naar Spanje was vertrokken, kwam hij weer in beeld. Bij ons woonde hij met zijn vader en moeder jaren achter elkaar in een gipsen grot met rotsblokken, tot die van ellende uit elkaar viel en mijn vader een houten stal maakte. Ieder jaar haalden we vers mos uit het bos voor de herders en de schapen, zodat die ’s nachts lekker konden liggen.
Soms ontvoerden we Jezus, zodat hij een paar dagen comfortabel in ons poppenhuis kon bijkomen van de ontberingen in de stal. Want dat ze het daar moeilijk hadden, was voor mijn zussen en mij overduidelijk. Op onze buik voor de stal verplaatsten wij de koningen en de herders, introduceerden nieuwe personages en herschreven het verhaal met een happy end voor Jezus.
Onze Jezus was oud, want hij lag ook al in de kerststal van mijn opa en oma, toen mijn vader een kleine jongen was. Maria had een lijmkraag, een herder miste een hand en de kameel had gebutste bulten. Pogingen van mijn moeder om een nieuwe kerstgroep te introduceren en de oude geruisloos te laten verdwijnen, mislukten faliekant. Wij groeven de oude op uit de doos kerstspullen en zetten de beelden weer terug. Omdat wij het zielig vonden voor de nieuwe Jezus en zijn familie, lieten we die gewoon staan. Jezus heeft bij ons een tweelingbroer, een grote familie en heel veel kraamvisite.

