De trui van oma
Mijn oma breide graag en veel, meestal tot groot verdriet van de familie. Het liefst breide ze truien en spencers met strepen, in de verschrikkelijkste kleurencombinaties. We droegen een dergelijk cadeau tot ze weer uit zicht was, daarna verdween in het in de kast, voor altijd, ondanks vermaningen en dreigementen van onze moeders. We waren liever ondankbare kleinkinderen dan dat we op school voor paal liepen.
Toch kwam ze wel eens met een breisel waar je blij van werd. Op de mededeling van mijn moeder tijdens de verjaardag van opa dat ik een trui moest hebben voor bij mijn padvindstersuniform veerde ze op. Zij ging hem wel voor me breien. Medelevende blikken van neven en nichten waren deze keer niet aan me besteed. Het moest een V-halstrui worden, effen, donkerblauw, dat was het voorschrift. De trui kwam er en hij was perfect. Zacht, warm en ruim genoeg voor optimale bewegingsvrijheid. Omdat mijn moeder het wasvoorschrift om de trui liggend te drogen negeerde, groeide hij met me mee. Ik heb hem gedragen tot ik al lang weg was bij de padvinderij en de gaten erin vielen.
Ik was deze trui vergeten tot ze opeens voor me verscheen tijdens een schrijfoefening bij een cursus levensverhalen schrijven. Niet alleen de trui kwam tot leven, ook zag ik de huiskamer van mijn grootouders weer voor me. Mijn oma zat opeens weer in haar stoel bij de kachel, met naast haar een tafeltje met brei- en naaispullen en haar kopje thee. Opa zat tegenover haar en de familie verspreid over de rest van de kamer. En ik zag mezelf weer in die trui, die heerlijke trui die nooit is overtroffen door welke andere trui dan ook.
Dat doet werken aan je levensverhaal met je. Je opent laatjes in je geheugen en komt daar vergeten schatten tegen. Ja, zo was het bij opa en oma. Mijn vader vertelde spannende verhalen tijdens het afwassen en op mijn zesde verjaardag kreeg ik echte rolschaatsen waardoor ik me heel bijzonder voelde.
Iedereen heeft een verhaal te vertellen. Dat hoeft niet chronologisch. Je maakt een collage of een mozaïek door aan kleine thema’s te werken en die later naast elkaar te leggen. Zo ontstaat een overzicht van wat jouw leven is. Je schrijft de verhalen op om die kleine schatten op te poetsen en te koesteren. En je ontdekt dat je nog veel te vertellen hebt, je verhalen doen ertoe en je geeft betekenis aan die momenten. Je kunt je herinneringen en verhalen die al jaren in de familie rondgaan opschrijven en zo bewaren voor je kinderen en kleinkinderen.
En bovendien kan het gewoon heel leuk zijn om je herinneringen op te diepen. Vooral als je dat in een groep doet. Je inspireert elkaar: door verhalen van de anderen te horen, komen bij jou weer vergeten herinneringen naar boven.
Je hoeft niet volledig te zijn en je kunt springen in de tijd. Een levensverhaal is geen verslag, maar een ontdekkingstocht.

